De structuur van een crisis

Harry Hummels is hoogleraar aan Maastricht University School of Business and Economics en Director van SNS Impact Investing

Op 13 april 2011 publiceerde de Amerikaanse Senaat haar rapport over de financiële crisis. Het rapport, Wall Street and the Financial Crisis: Anatomy of a Financial Collapse, maakt volgens de hoogleraren Lubbers en Van Seters indruk. Dat heeft meer te maken met de gedegen analyse dan met de therapie. De Tilburgse hoogleraren bepleiten in Trouw (6 mei 2011) een aanpak waarbij de samenleving meer het heft in eigen hand neemt. Zo zouden de media geldstromen inzichtelijk kunnen maken, terwijl consumenten hun geld kunnen weghalen bij onmaatschappelijke banken. Door concrete actie te ondernemen zou de hebzucht bij de banken kunnen worden teruggedrongen en het casinokapitalisme worden bedwongen.

Lubbers en Van Seters hebben beslist gelijk als zij stellen dat consumenten en de media mogelijkheden hebben om banken kritisch te volgen en aan te zetten tot verantwoord handelen. De recente commotie over de bonus van ING topman Hommen en de reactie daarop door de Raad van Commissarissen tijdens de aandeelhouders vergadering van ING, spreekt boekdelen. Openlijk gaven de commissarissen toe het publieke sentiment onvoldoende te hebben ingeschat. Toch is de suggestie van de beide hoogleraren dat publieke acties de hebzucht binnen financiële instellingen kunnen beteugelen en verandering kunnen brengen in de fundamenten van het financiële stelsel te kort door de bocht. Dat heeft volgens de Amerikaanse hoogleraar Charles Perrow alles te maken met de enorme verwevenheid in de financiële sector en de complexiteit van de financiële dienstverlening. De financiële wereld wordt voor een belangrijk deel gestuurd door computers die zonder menselijke tussenkomst op elkaar reageren. De financiële crisis heeft uitgewezen dat de talloze transacties die dagelijks worden uitgevoerd een mondiaal dominospel vormen dat moeilijk is te stoppen als er eens iets goed misgaat.

Wie de talloze analyses van de financiële crisis tot zich neemt komt tot een andere conclusie dan de Tilburgse hoogleraren. Die begint bij te constateren dat de crisis in aanleg is veroorzaakt door de regeringen Clinton en Bush die met publieke middelen er alles aan deden het particulier huizenbezit te bevorderen. De effecten van dit beleid werden versterkt door de Federal Reserve, die een bijzonder ruim financieel beleid voerde. Geld lenen kostte vele jaren vrijwel niets in de VS om de economie op koers te houden na de catastrofe van 09/11. Binnen deze context kregen financiële instellingen ruime mogelijkheden om innovaties door te voeren, die uiteindelijk sterk hebben bijgedragen aan het ontstaan van de crisis. Maar wederom was het de overheid die in 1999 met het aannemen van de Gramm-Leach-Bliley Act die aan de wieg stond van de consolidatie in de financiële wereld. Voor die tijd was het niet mogelijk dat een investeringsbank participeerde in de eigendomsstructuur van een commerciële bank. Na goedkeuring van de wet, die door de financiële wereld met enthousiasme werd begroet, konden de zakenbanken de tegoeden van de door hen overgenomen commerciële banken aanwenden voor risicovolle investeringen.

In plaats van zekerheden aan te brengen tussen de verschillende segmenten in de financiële wereld, nam het Amerikaanse Congres onder druk van de financiële wereld juist beschermingsconstructies weg. Daarmee droeg zij actief bij aan het vergroten van het risico dat financiële incidenten zouden uitgroeien tot financiële crises. Om in een dergelijke situatie complexe producten aan te bieden met het karakter van een piramidespel is spelen met lucifers naast een lekkende benzinepomp in een woonwijk. De Amerikaanse hoogleraar Robert Shiller duidde dit ooit aan als een vorm van ‘speculatief enthousiasme’ dat leidt tot collectieve irrationaliteit. Beleggers, overheden, toezichthouders, banken, maar ook consumenten, zien de risico’s niet langer van de investeringen. Men loopt elkaar achterna zonder de essentie en de gevolgen van het handelen te begrijpen.

Samenvattend, de gedachte van Lubbers en Van Seters is sympathiek en kan aan de oppervlakte ook bijdragen aan bewustwording over de rol van financiële instellingen. Maar het voorstel heeft veel weg van het verschuiven van de dekstoelen op de Titanic. Een voordurend veranderende financiële wereld vraagt om overheden en toezichthouders die scherp blijven en consumenten die de overheden en toezichthouders scherp houden. Voorkomen moet worden dat overheden zwakke knieën krijgen en zelf gaan geloven in de irrationele beloften van het casinokapitalisme.

Dit bericht werd geplaatst in Economie, Maatschappelijk verantwoord ondernemen en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De structuur van een crisis

  1. Pieter zegt:

    Dat overheden de financiële crisis hebben aangewakkerd is maar zeer ten dele waar. Natuurlijk zijn er belangenverstrengelingen van overheidsdienaren en de financiële industrie, heren en dames met hun hand in de snoeppot (Robert Rubin, Henry Paulson en consorten). Maar telkens als uit de conservatieve hoek een aanval komt die de regeringen verantwoordelijk stelt voor het casinokapitalisme verschijnt er kort daarna weer een nuchter goed onderbouwd rapport dat deze verdachtmaking grotendeels ontkracht. Volg het financiële nieuws en ijk mijn gelijk in deze.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s