Een frisse najaarswind

We rijden al een aantal uren en het plastic dat ter bescherming over de autostoelen is getrokken plakt aan mijn rug, armen en benen. Het is heet en stoffig en ik had nooit gedacht dat de 160 km tussen Villa Maria, een klein dorpje in Oeganda, en de hoofdstad  Kampala zoveel tijd zou kosten. We gaan op bezoek bij Sister Gertrude, headmistress van een basisschool die met hulp van de Limburgse stichting Kiwanuka (*) voor ongeveer 500  meisjes onderwijs verzorgt. De ontvangst is overweldigend wanneer 400 meisjes zingen, dansen en zwaaien alleen ter ere van onze komst. Het is hartverwarmend en ontroerend om te zien dat al het geringe dat ze hebben uit de kast is gehaald om ons bezoek tot een gedenkwaardig iets te maken. Met trots presenteren ze het resultaat van de investeringen die ze met hulp van Kiwanuka hebben gedaan en het is bijna onvoorstelbaar om te zien hoe groot de impact is van een in onze ogen relatief geringe bijdrage.

Terwijl we kennismaken  met het leven in Oeganda biedt deze confrontatie met een andere cultuur ook een  geheel ander perspectief op ons eigen handelen. Wanneer we uitgelachen worden  door leerkrachten omdat we thuis ons vlees en onze groente in een supermarkt
kopen in plaats van op de daar gebruikelijke lokale markten, staan we toch net  even wat langer stil bij het productieproces in onze voedselketen; wanneer zij zonder  problemen een langdurige stroomstoring ondergaan plaatst dat toch vraagtekens  bij onze enorme afhankelijkheid van elektriciteit; en wanneer we onze lege  (plastic) verpakkingen vlak voor ons vertrek terug naar Nederland willen  weggooien wordt het pijnlijk duidelijk dat afval – zo zonder onze westerse  vuilnisophaaldienst – natuurlijk niet zomaar van deze aardbodem verdwijnt.

Het zijn vraagstukken  waarmee eigenlijk ieder mens bij de dagelijkse keuzes rekening zou moeten  houden. Ze zouden zeker op het netvlies moeten staan van diegenen die
leiderschapsposities bekleden binnen organisaties. Peter Senge beschrijft in  zijn boek ‘De Noodzakelijke Revolutie’ heel duidelijk hoe het onmogelijk is om  een lineair systeem van produceren en consumeren – waarbij grondstof de basis  vormt voor het product dat door de consument wordt gekocht, gebruikt en  vervolgens weggegooid waarna diezelfde consument weer nieuwe producten koopt  die gemaakt zijn van weer nieuwe grondstoffen et cetera-  oneindig te handhaven op een planeet waar de  voorraad grondstoffen eindig is. Dat betekent dat er naar innovatieve  oplossingen moeten worden gezocht zodat niet alleen wij aan onze productie en  consumptie behoeften kunnen blijven voldoen, maar dat dat ook voor  ontwikkelingslanden en toekomstige generaties mogelijk blijft. En daar ligt
natuurlijk bij uitstek een uitdaging voor leiders.

Een uitdaging die immens  is door de complexiteit van het probleem. Zo complex dat veel leiders het  onderwerp nauwelijks op de organisatieagenda plaatsen omdat ze noch de
voordelen van innoveren, noch de risico’s van niets doen goed kunnen schatten. Want
wanneer je op een creatieve en innovatieve manier de eisen van het heden wilt
combineren met die van een duurzame toekomst vraagt dat van de leider dat hij vanuit
meerdere perspectieven deze vraag kan belichten (**). Bijvoorbeeld dat niet  alleen het maximaliseren van waarde voor de huidige stakeholders centraal wordt  gesteld, maar ook de vraag hoe eveneens andere groepen mensen kunnen worden  bereikt die tot op heden weinig kans hadden hun levensstandaard te  verbeteren.  Of dat niet alleen de
technologische innovatie en strategische herpositionering van belang zijn, maar
ook de vraag wordt gesteld hoe deze innovatie kan bijdragen aan het oplossen
van de maatschappelijke en milieuvraagstukken in de wereld.

Gelukkig is de (na)zomer  traditioneel een tijd voor reflectie waarbij rust, zon en een zomerbriesje op  het terras het denken veraangenamen en wellicht wat vergemakkelijken En zou het  niet mooi zijn wanneer u en ik in onze rol als leider ervoor zouden kunnen
zorgen dat deze zomerse vlagen van reflectie, dit najaar worden omgezet in een
innovatieve frisse najaarswind die door de Limburgse bestuurskamers waait en
het denken vanuit het bovenstaande geschetste perspectief aanwakkert? Daar
profiteert niet alleen Limburg van maar wellicht ook nog ooit de meisjes van de
school in Villa Maria, Oeganda.

(*) www.kiwanuka.nl

(**)
Hart, S (2010), Capitalism at the Crossroads, 3rd edition, Pearson Prentice
Hall.

Prof. dr. Mariëlle G. Heijltjes

Mariëlle
Heijltjes is hoogleraar Managerial Behavior en directeur Postgraduate Education
bij Maastricht University School of Business and Economics.

Dit artikel is verschenen in Zuid Magazine.

Dit bericht werd geplaatst in Leiderschap, Maatschappelijk verantwoord ondernemen en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s