Persoonlijke verantwoordelijkheid

De discussie verloopt zo geanimeerd dat het me zelfs met stemverheffing niet lukt om de deelnemers tot een snelle afronding te bewegen. De eindtijd van de bijeenkomst van de Studiekring Verbindend Leiderschap nadert, maar de aanwezige groep van Limburgse leiders uit het openbaar bestuur, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven lijkt het nog lang niet eens. Ze zijn in kleinere groepen aan de slag met twee casussen die door collega deelnemers zijn aangeleverd. Twee groepen buigen zich over de vraag of het principe van netwerksamenwerking (in plaats van het marktmechanisme) een mogelijke manier is om aan de WMO uitvoering te geven. Twee andere groepen verkennen de toekomst van de sociale werkvoorziening nu een deel van de overheidssubsidie weg valt die het voor werkgevers financieel aantrekkelijk maakt om mensen met een arbeidsbeperking een werkplek te bieden.

Luisterend naar de discussies blijkt dat echt duurzame antwoorden op beide vragen niet meer gevonden kunnen worden in de traditionele oplossingen: het bieden van incentives (‘maak het aantrekkelijk voor de organisatie’) of het appelleren aan maatschappelijk belang (‘iedereen heeft toch een morele verplichting aan het collectief’). Voor het bieden van incentives ontbreken steeds vaker de middelen en het appelleren aan het maatschappelijk belang levert veel begrip en goede intenties op, maar weinig concrete actie. Eigenlijk mag dat niet eens verbazing wekken; de kosten van het niet bijdragen aan een maatschappelijk belang blijven voor de individuele bestuurder of directeur immers buiten beeld. Wanneer we het voorbeeld nemen van de loonkostensubsidies die worden toegekend bij het in dienst nemen van mensen met een arbeidsbeperking zien we dat hierdoor de organisatie de impact van de werkelijke kosten in principe niet voelt. Sterker nog: het al dan niet in dienst nemen van deze groep medewerkers verwordt primair tot een financiële afweging in plaats van een afweging of en hoe de organisatie bijdraagt aan een wereld die we samen hebben afgesproken te creëren. Soortgelijke mechanismen spelen ook in de gezondheidszorg. Ondanks aangetoonde causale verbanden tussen leefstijl en gezondheidszorg, hoeft het individu zich niet aan een gezonde leefstijl te committeren omdat de (maatschappelijke) kosten van een ongezonde leefstijl voor het individu buiten beeld blijven. Idem voor de milieuproblematiek, waar het individu ook niet de maatschappelijke mondiale kosten van milieuonvriendelijke voedselproductie, energieopwekking, vervoer etc. kan overzien.

Een fundamentelere verandering in het bewustzijn en het gedrag van alle individuen die samen het systeem vormen lijkt nodig. Kijken voorbij de grenzen van het eigen huishouden, de eigen organisatie, de eigen regio. Begrijpen wat de consequenties zijn van het eigen handelen op het groter geheel en zich realiseren dat de daardoor gecreëerde kosten op termijn niet anoniem afwentelbaar zijn. Een belangrijke sleutel hiertoe is het nemen van persoonlijke verantwoordelijkheid voor keuzes die u maakt. Dat klinkt wellicht verrassend eenvoudig, maar het vereist visie, lef en doorzettingsvermogen om dit echt een leidend principe in daden te laten zijn. Het hebben van een visie vraagt dat u weet welke wereld u zelf mede wilt creëren. In het voorbeeld van de sociale werkvoorziening doemt dan de vraag op: is dit een wereld waarin mensen met een arbeidsbeperking aan de kant staan of meedoen? Een wereld waarin financiële criteria en doelstellingen de doorslag geven of ook andere criteria leidend kunnen zijn? Een wereld waar we blijven streven naar meer en beter of ook weten wanneer genoeg, genoeg is? Lef is vervolgens nodig om persoonlijke verantwoordelijkheid te durven nemen voor de consequenties van gemaakte keuzes, om impliciete veronderstellingen in bestaande structuren te toetsen en, indien nodig, ter discussie te stellen. Doorzettingsvermogen, ten slotte, is noodzakelijk om dit consequent te blijven doen en naar nieuwe manieren te blijven zoeken om dit te organiseren in de context van het systeem.

Aan u de keus of u het pad van de persoonlijke verantwoordelijkheid aandurft of blijft dolen in het labyrint van goede intenties. Ter inspiratie voor uw keuze wil ik u het volgende citaat uit Alice in Wonderland niet onthouden:

“Cheshire Kat”, vroeg Alice. “Wil je me alsjeblieft vertellen welke kant ik op moet vanaf hier?” “Dat ligt er voornamelijk aan waar jij naar toe wil”, zei de Kat. “Dat kan mij niets schelen”, zei Alice. “Dan doet het er niet toe welke kant je opgaat”, zei de Kat.

Prof. dr. Mariëlle G. Heijltjes

Mariëlle Heijltjes is hoogleraar Managerial Behavior en directeur Postgraduate Education bij Maastricht University School of Business and Economics.

Dit bericht werd geplaatst in Leiderschap, Maatschappelijk verantwoord ondernemen en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s