Verantwoord beleggen 2.0 in de pensioenwereld

Prof.dr. Harry HummelsHarry Hummels

“Alles stroomt.” (Herakleitos, Grieks filosoof 540-480 v.C.)

De financiële crisis waart rond, de dekkingsgraden van pensioenfondsen staan onder druk en van een gedeelde visie op de toekomst van het nederlandse pensioenstelsel is geen sprake meer. In die context wordt van pensioenfondsen nog steeds gevraagd verantwoord te beleggen. Voor sommige
fondsen hoeft dat even niet meer. Zij beperken zich tot het drijvend houden van het pensioenschip. Aandacht voor andere zaken dan het directe overleven is er niet. Het gros van de pensioenfondsen in Nederland, zo wees onderzoek van pensioenkoepel Opf enkele jaren geleden uit, voert inmiddels actief beleid op het vlak van verantwoord beleggen. In de uitvoering blijft het beleid echter vaak steken in het uitsluiten van de meest ongewenste beleggingen – zoals die van producenten van controversiële wapens – en het aanspreken van ondernemingen op hun gedragingen.

Een kleine groep voorlopers, waaronder ABP, PFZW, het Spoorwegpensioenfonds
en het Shell Pensioenfonds, gaat een stap verder.
Vanzelfsprekend hebben ook deze pensioenfondsen aandacht voor de
problemen op de kapitaalmarkten en de gevolgen daarvan voor hun beleidsvoering.
Maar deze problemen vormen geen belemmering voor een
geconcentreerde aanpak op het vlak van ‘impact investing’. Dat wil zeggen,
de pensioenfondsen beleggen op een wijze die naast een goed financieel
rendement tevens bewust en beoogd een goed maatschappelijk rendement
genereert. Ik noem dit Verantwoord Beleggen 2.0. Daarmee gaan
zij een stap verder dan het ‘traditionele’ verantwoord beleggen, dat vooral
is gestoeld op morele of reputatieoverwegingen.

Er zijn inmiddels talloze wetenschappelijke studies verricht naar de
vraag of de meer moreel getinte informatie over controversiële wapens,
mensenrechten, corruptie of milieudegradatie leidt tot financieel toegevoegde
waarde. Ondanks de vele hoopvolle studies is de argumentatie
veelal niet overtuigend. De conclusie lijkt te zijn dat rekening houden met
sociale, maatschappelijke, milieu- en governance-informatie niet leidt tot
een verslechtering van het risico-rendementsprofiel. Hoewel het wetenschappelijk
onderzoek op het terrein van impact-investeren nog in statu
nascendi is, lijkt de inzet hier een duidelijk andere. Het doel van pensioenfondsen
met oog voor maatschappelijke impact is – net als voor andere
investeringscategorieën – bewust gericht op het behalen van marktconforme
rendementen bij een vergelijkbaar risicoprofiel. Daar bovenop
komt dan nog een expliciet streven naar het behalen van een meetbaar
maatschappelijk of milieurendement. Ten grondslag aan deze vooruitstrevende
invulling van verantwoord beleggen ligt het nieuwe denken over
het creëren van gemeenschappelijke waarde. In een uit 2011 daterend artikel
in de Harvard Business Review hebben Michael Porter en Mark Kramer
uitgelegd wat de kern is van gemeenschappelijke waardecreatie.90
Neem nu de automobielindustrie. Geconfronteerd met een financiële
en klimaatcrisis onderkent de branche dat het anders moet. De reductie
van brandstofgebruik en uitlaatgassen is tegenwoordig schering en inslag.
Dat strekt tot financieel voordeel voor de consument. Energiezuinig
is dus vooral kostenbesparend. Niet het morele element staat voorop,
maar het zakelijke. Door bij te dragen aan het transformeren van auto’s in
voertuigen die minder brandstof verbruiken of – bij voorkeur zelfs – die
helemaal aangewezen zijn op niet-fossiele brandstoffen, houdt de automobielindustrie
zichzelf overeind.
Pensioenfondsen kunnen dezelfde logica toepassen op hun vermogensbeheer.
Dat geldt vooral voor verantwoorde alternatieve en innovatieve
beleggingen in private equity, groene gebouwen, verantwoorde
landbouw, infrastructuur, schone technologie, betaalbare woningen en
microfinanciering. Daar zijn de markten nog relatief imperfect, wat in het
voordeel is van geïnformeerde beleggers. Drie voorbeelden.

Verantwoord Vastgoed
Het eerste thema is gebaseerd op recent onderzoek van collega’s Piet Eichholtz, Nils Kok en Rob Bauer van het aan Maastricht University verbonden European Centre for
Corporate Engagement. Wat blijkt uit hun Global Real Estate Sustainability Benchmark (GRESB)? In vergelijking met 2010 is een verbetering opgetreden in de uitstoot van
CO2-gassen met een kleine 2 procent. Wereldschokkend is dat niet.
Interessant vanuit beleggingsoogpunt zijn de 65 ‘green stars’ – op een totaal
van 340 vastgoedfondsen. Een voorbeeld daaruit van een groene uitblinker:
het Climate Change Property Fund (CCPF). Het fonds investeert
in Britse kantoorgebouwen in grote steden als Londen, Manchester,
Edinburgh en Birmingham. Het doet dat op ‘prime locations’ dicht bij
knooppunten van openbaar vervoer. CCPF heeft als doel een goed financieel
rendement te verbinden met een lager verbruik van elektriciteit, gas
en water, het terugdringen van CO2-emissies en van het geproduceerde
afval. Met name op het terrein van executie van het beleid scoort CCPF
uitstekend, zowel op financieel als op milieugebied. Met een – deels gerealiseerde
– IRR (internal rate of return) van meer dan 20 procent en een
significante verlaging van de milieubelasting laat het fonds zien dat ‘groene
meerwaarde’ meer is dan een mooie kreet.

Ontwikkelingsfinanciering
Het tweede thema betreft de aan emerging markets debt
gerelateerde ontwikkelingsfinanciering. Development
Finance Institutions (DFI’s), zoals de IFC, EBRD, de Inter-
American Development Bank en de Nederlandse FMO,
verstrekken alle leningen in opkomende economieën. Het
gaat hier om omvangrijke leningen in onder meer onderwijsinstellingen,
duurzame energievoorzieningen, sanitaire voorzieningen,
huisvesting en landbouwprojecten. Deze leningen hebben een aantal
voordelen voor de leningverstrekkers. Zo hebben de leningen een bevoorrechte
positie in het geval de leningnemer niet aan zijn betalingsverplichtingen
kan voldoen. Het rendement op deze leningen bedroeg in de afgelopen
vijf jaar gemiddeld 250 basispunten (2,5 procent) boven de
benchmark, de London InterBank Offered Rate (Libor). Een recente ontwikkeling
is dat de DFI’s de leningen doorplaatsen naar geïnteresseerde
beleggers in de vorm van B-leningen.91 Deze leningen hebben dezelfde
voordelen voor de beleggers als voor de oorspronkelijke leninggevers.

Verantwoorde Landbouw
Het derde thema heeft betrekking op verantwoorde investeringen
in grondstoffen. Naast ertsen, olie en gas gaat het
dan onder meer om landbouwgewassen. Dan gaat het niet
zozeer over de handel in gewassen op de verschillende termijnmarkten,
maar meer om investeringen in land.
Verantwoord investeren in land en in de productie van
voedingsgewassen – als onderscheiden van gewassen die bijvoorbeeld
bedoeld zijn voor biobrandstoffen – heeft als voordeel dat pensioenfondsen
minder snel betrokken raken bij maatschappelijk delicate kwesties,
zoals de stijging van de graanprijzen. Vooral Afrika is momenteel in trek,
maar ook Oost-Europa, Latijns-Amerika en Australië zijn populair. De gedachte
achter deze investeringen is dat er nog grote efficiencyverbeteringen
kunnen worden doorgevoerd. De ervaringen van, bijvoorbeeld, de
South-African Fruit Exporters (SAFE) wijzen uit dat nettorendementen
van rond de 20 procent reëel zijn. SAFE zelf behaalde over de laatste tien
jaar een aandelenrendement van gemiddeld 18 procent op jaarbasis.
Tegelijkertijd gaan deze investeringen gepaard met maatschappelijke verbeteringen
in de infrastructuur, het onderwijs, de gezondheidszorg en de
huisvesting van de landarbeiders.

Hoewel de genoemde voorbeelden geen sluitend bewijs vormen voor de
stelling dat impact investing financieel kan concurreren met conventionele
beleggingen in vastgoed, schuldpapier van ondernemingen en overheden
in opkomende economieën, of reële activa, vormen ze wel een serieuze
aanwijzing voor het gelijk van de stelling. Investeringen met een
maatschappelijke of een milieudoelstelling kunnen concreet waarde toevoegen.
Ze genereren absolute rendementen bij aanvaardbare risico’s en
dragen veelal bij aan de gewenste diversificatie van risico’s. Daarmee passen
ze wel degelijk binnen een fiduciair kader, waarbij (spreiding van) financiële
risico’s en rendementen de boventoon voeren. We vinden deze
ontwikkeling momenteel terug bij de diverse Nederlandse pensioenfondsen.
De grote fondsen, zoals ABP, PFZW, PME, SPF en Shell Pensioenfonds,
lopen hierbij voorop. Maar ook bij middelgrote pensioenfondsen, zoals
die van Nedlloyd, DSM, de apothekersmedewerkers en het cabinepersoneel
van de KLM, zien we deze trend terug.

De toekomst ontvouwt zich razendsnel
Ondanks de potentie die aanwezig is in dit nieuwe verantwoorde
beleggen wijs ik op een paar beperkingen.
Allereerst is deze wijze van beleggen niet voor ieder
pensioenfonds opportuun. Of en in hoeverre impact investing
past binnen het beleggingsbeleid van een pensioenfonds
hangt af van de keuzes die het fonds maakt, onder
meer in zijn asset-liability management (ALM).

Ten tweede is het aanbod aan investeringsmogelijkheden beperkt.
Hoewel het aantal maatschappelijke investeringen schier oneindig lijkt, is
de omvang van de markt niet onuitputtelijk. In een recent rapport raamt
J.P. Morgan de markt van impact-beleggingen en investeringen in huisvesting,
microfinanciering, educatie en water op een kleine 1000 miljard
dollar. Dat lijkt veel, maar wereldwijd is het natuurlijk beperkt. Juist waar
pensioenfondsen vaak grootschalig willen investeren, vormt een gelimiteerde
omvang van de investeringen een belemmering.

Ten derde beantwoorden niet alle investeringsmogelijkheden aan de
risico-rendementsprofielen van de pensioenfondsen. Met een concreet
voorbeeld: het is mogelijk te investeren in microfinanciering met een verwacht
rendement van 2 procent, van 6 procent en van meer dan 10 procent.
Vanzelfsprekend verschillen ook de risicoprofielen van deze investeringen.
Sommige investeringen passen meer bij pensioenfondsen dan
andere.

Ten vierde zijn impact-investeringen vaak illiquide, liggen ze voor
lange termijn vast. De rendementen zijn daarop afgestemd, maar een beperkte
liquiditeit van een belegging betekent voor pensioenfondsen een
duidelijke min in onzekere financiële tijden.
Ondanks de beperkingen en met inachtneming van de zorgvuldigheid
die pensioenfondsen moeten betrachten bij het selecteren van impact-
investeringen, tekent zich hier een nieuwe invulling af van ‘verantwoord
beleggen’. Niet de eis van maatschappelijke betamelijkheid of
verantwoordelijkheid staat centraal, maar de fiduciaire verantwoordelijkheid
van een pensioenfonds in relatie tot de begunstigden van het fonds.
Die begunstigden willen een goed pensioen, maar wel in een wereld
waarin dat pensioen ook genoten kan worden. Zoals de voorbeelden aantonen,
hoeft het een het ander niet uit te sluiten.

Tot slot
Pensioenfondsen wijzen vaak op teruglopende dekkingsgraden
om geen aandacht te hoeven besteden aan hun mandaat waarin
zij hun beleid voor verantwoord beleggen hebben vastgelegd.
Dan doen ze zichzelf en hun deelnemers tekort. Impact investing
ontwikkelt zich rap als een toonaangevende vorm van verantwoord
beleggen 2.0. De pensioenfondsen die daar al mee bezig
zijn, doen dat maar om één enkele reden: het belang van de deelnemers!
En zo hoort het ook.

Prof. dr. Harry Hummels is managing director van SNS Impact Investing.
Tevens is hij hoogleraar Ethics, Organisations and Society aan Maastricht
University en fellow van het European Centre for Corporate Engagement
(ECCE). Hij is tevens kerndocent van de Management Essentials cursus Verantwoord Ondernemen en Ethiek

Dit bericht werd geplaatst in Economie, Leiderschap, Maatschappelijk verantwoord ondernemen, Profit revisited en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s