De coolste Business School ter wereld?

Mariëlle HeijltjesIk ben Mariëlle Heijltjes, in 1968 geboren in Heerlen. Ik ben getrouwd en moeder van twee zonen van vijftien en dertien jaar oud. Bij Maastricht University heb ik verschillende rollen: die van Associate Dean, Director Postgraduate Education en  Professor of Managerial Behavior.

Of dat niet lastig is, die verschillende rollen? Nee, ik vind het juist een bevoorrechte positie. Mijn werk heeft een academische kant en een zeer praktische kant. Het vertalen van academisch onderzoek naar praktisch toepasbare kennis is één van mijn grootste inspiratiebronnen. Ik zie mezelf graag als bruggenbouwer tussen de wetenschap en het bedrijfsleven.

Het onderzoeken van de drijfveren achter het gedrag van (top)managers is de kern van mijn werk. Mijn interesse daarin werd gewekt tijdens mijn studie bedrijfseconomie. Voor mijn promotieonderzoek moest ik leden van diverse managementteams individueel interviewen. Het viel mij toen op dat binnen een team vaak totaal anders werd aangekeken tegen hetzelfde thema. Toen vroeg ik mij af: zouden ze weten dat ze allemaal verschillend denken over hetzelfde onderwerp? En wat heeft dat voor gevolgen voor de samenwerking en de effectiviteit daarvan? Die vragen kon ik toen niet beantwoorden, want ze lagen buiten de reikwijdte van mijn onderzoek, maar ze zouden wel mijn verdere loopbaan definiëren.

Als wetenschapper moet je van nature nieuwsgierig zijn. Mijn nieuwsgierigheid bracht me ook bij de Universiteit Maastricht. Ik behoorde in 1985 tot de tweede lichting studenten die ging studeren aan wat toen nog de Faculteit der Economische Wetenschappen heette. Ik ging toen een avontuur aan bij een nog piepjonge universiteit. Het eigengereide karakter en de innovatieve spirit van de universiteit oefenden een enorme aantrekkingskracht op me uit. Die innovatieve geest is altijd blijven hangen binnen de universiteit en faculteit, en zeker ook binnen de divisie Postgraduate Education.

Ik ben altijd wel avontuurlijk geweest. Dat komt waarschijnlijk door mijn jeugd. Mijn vader werkte bij de luchtmacht, waardoor we vaak moesten verhuizen. Ik denk ook dat die omzwervingen mijn voorliefde voor reizen en internationaal werken hebben gevoed. Tijdens mijn doctoraal heb ik bijvoorbeeld een jaar in de Verenigde Staten doorgebracht en met mijn gezin heb ik een kleine tien jaar geleden een halfjaar in Nieuw-Zeeland gewoond en gewerkt.

Pas later in mijn loopbaan heb ik het antwoord gevonden op de vragen die me tijdens mijn promotieonderzoek zo intrigeerden. Ik heb geleerd dat (top)managers zich vaak onbewust zijn van hun eigen gedrag en drijfveren. Maar bewustwording daarvan is cruciaal om verandering te bewerkstelligen; je kunt onmogelijk gedrag beïnvloeden als je niet weet waarom iemand iets doet. Vaak doet iemand wat hij doet, omdat hij gelooft dat het zo hoort of gelooft dat anderen dat van hem verwachten. Dan is het interessant om te onderzoeken wat die aannames voedt. Als je dáár het antwoord op vindt, heb je een vruchtbare bodem om op verder te werken.

Iedere persoon en iedere manager heeft zijn eigen referentiekader. Dat kun je vergelijken met een bril waardoor je naar de wereld kijkt, inclusief hoe je jezelf in de spiegel ziet. Zet je een andere bril op dan zie je de wereld en jezelf op een andere manier. Dat is in essentie één van de dingen die we doen tijdens onze maatwerkprogramma’s: managers een hele collectie brillen en daarmee nieuwe visies aanreiken. In die zin kun je ons wetenschappers als opticien zien, die mensen een scherper beeld van de werkelijkheid geeft.

Uiteindelijk wil ik met mijn werk een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van zogenaamde globally responsible leaders, leiders die zich bewust zijn van de impact van hun handelen op de wereld in de breedste zin van het woord – op de economische resultaten van de organisatie, maar ook op de samenleving en het milieu. Om duurzaam resultaat te boeken, moet je als mens en als bedrijf aandacht hebben voor al die aspecten. Bedrijven voor wie we programma’s op maat ontwikkelen, delen die visie met ons.

Het bijzondere aan onze maatwerkprogramma’s is dat ze op basis van co-creation en co-learning tot stand komen. We gaan samen met een opdrachtgever om tafel zitten om een programma te creëren. Wij brengen onze academische kennis in, zij hun praktijkervaring. We leren ook echt van elkaar. De traditionele scheidlijn tussen leraar en leerling is er in dat opzicht niet. Een maatwerkprogramma is ook eerder een ontwikkelingsproces dan een gereed product. Het ontstaat gaandeweg op basis van feedback die voortdurend wordt ingebracht. Die manier van creëren en leren is heel innovatief. Daarin lopen we als School of Business and Economics écht voorop en kunnen we concurreren met soortgelijke business schools uit wereldsteden als New York en Londen – hoe cool is dat?!

 

Dit bericht werd geplaatst in Leiderschap. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s